'I knew all the rules,
but the rules did not know me'
- Eddie Vedder -
'I knew all the rules,
but the rules did not know me'
- Eddie Vedder -
Mijn manier van werken begint niet bij een methode, maar bij iets wat er al lang zit.
Ik herinner me dat ik als kind aan de keukentafel zat, luisterend naar de verhalen van mijn ouders over hun werk. Wat me opviel, was niet alleen wat ze vertelden, maar ook wat er tussen de regels door meespeelde. Spanning, frustratie, dingen die niet helemaal klopten—maar die niet altijd benoemd werden.
Dat gevoel is eigenlijk nooit weggegaan.
Ik ben gevoelig voor onrecht en heb moeite met situaties waarin iets zichtbaar schuurt, maar buiten beeld blijft. Door de jaren heen—en ook door tegenslagen—heb ik geleerd om daarin niet weg te kijken, maar juist te blijven staan. Door te zetten, ook als het ongemakkelijk wordt.
In mijn eerste consultancybaan kwam dat sterk terug. Ik zag hoe organisaties functioneren op zichtbaarheid en erkenning, hoe mensen op het podium staan en waardering krijgen, terwijl anderen—die minstens zo belangrijk zijn—onzichtbaar blijven. Ik merkte hoe sterk er gestuurd werd op cijfers en resultaat, terwijl de menselijke kant onderbelicht bleef.
Dat riep bij mij geen cynisme op, maar verwondering en irritatie. Vooral wanneer het verhaal aan de buitenkant niet overeenkwam met wat er vanbinnen speelde.
Sindsdien ben ik die spanning serieuzer gaan nemen.
Als organisatiebegeleider richt ik me op wat er onder de oppervlakte gebeurt. Op de dynamiek tussen mensen, de patronen die zich herhalen en de overtuigingen die gedrag sturen. Ik voel vaak snel aan wanneer er iets niet klopt en stel dan de vragen die helpen om dat zichtbaar te maken.
Niet om te confronteren om het confronteren, maar omdat daar vaak de ingang zit naar beweging.
Ik herinner me een moment in een MT waarin veel gesproken werd over verloop. Goede mensen vertrokken, en de vraag die bleef hangen was of zij wel goed genoeg waren. Ik stelde de vraag: “Wat maakt dat mensen hier vertrekken met het gevoel dat ze tekortschieten?”
Dat moment bracht iets op gang. Niet omdat het een oplossing bood, maar omdat het iets zichtbaar maakte wat eerder impliciet bleef.
Dat is hoe ik werk.
Mijn manier van begeleiden beweegt tussen analyse en ervaring. Ik kijk scherp naar structuren en patronen, maar werk altijd met wat zich in het moment aandient. Spanning vermijd ik niet, maar maak ik bespreekbaar—zonder dat het persoonlijk wordt.
Ik geloof dat echte verandering niet ontstaat door het gladstrijken van verschillen of het optimaliseren van processen alleen. Juist door stil te staan bij wat schuurt—door twijfel, frictie en tegenstrijdigheid toe te laten—ontstaat er ruimte voor iets nieuws. Voor helderheid, eigenaarschap en beweging.
Mijn denken is sterk beïnvloed door filosofie en ideologiekritiek. Het helpt me om voorbij het zichtbare te kijken en ook de aannames en overtuigingen die daaronder liggen te bevragen. Niet om gelijk te krijgen, maar om beter te begrijpen wat er speelt.
Ik werk minder goed in omgevingen waar het spel belangrijker is dan de inhoud. Waar politieke dynamiek, schijnzekerheid of cijfers leidend zijn, terwijl de realiteit complexer is. Daar haak ik op af.
Ik werk het best met mensen en organisaties die bereid zijn om eerlijk te kijken. Ook als dat ongemakkelijk is.
Ik maak het niet per se comfortabel.
Maar wel mogelijk om te zien wat er speelt—en van daaruit in beweging te komen.
Als je merkt dat iets vastloopt, maar nog niet precies kunt benoemen wat, dan is dat vaak precies het moment waarop mijn werk begint.